Selecteer een pagina

     ‘Hé Holland! Wij zijn ook solo, dus klim maar gewoon met ons mee. Stapje voor stapje. We komen er wel.’, zei de klimmer voor mij. Hij is Argentijn, komt uit de buurt. Ik noemde hem Local. Doodmoe kijk ik voor mij uit. Ik sta bovenin de Canaleta, een 400 meter hoge helling van bijna 50º schuin die tot aan de top loopt en bezaaid is met losse stenen. Gelukkig ligt er sneeuw. Dat is beter voor het klimmen met stijgijzers. Makkelijk is het zeker niet. Ik moet de Canaleta bijna dwars oversteken om bij de top te komen. Ik knik dankbaar, zet een stap en sjok achter Local aan. Niet vallen!

Twee weken eerder begon mijn avontuurlijke reis naar de top van de Aconcagua, diep in het Argentijnse deel van het woeste en vaak gortdroge Andes gebergte. Het Andes gebergte is de langste bergketen ter wereld. Het strekt zich uit over een lengte van 7000km en is op sommige plaatsen wel 700km breed. De hoogste berg in deze bergketen is de Aconcagua. Met 6962m is het de hoogste berg van Zuid-Amerika en daarmee is het een van de beroemde Seven Summits, de hoogste berg van elk werelddeel.

Samen met mijn expeditie maatje Wim De Backer heb ik deze expeditie maandenlang voorbereid. Met Wim vorm ik team proARCTICA.eu en jagen we onze droom na voor een sea to summit expeditie op Antarctica. Dat is nog niet gelukt en tot dan is Aconcagua een van de vele beklimmingen die we samen beleven. Wim is hier al tweemaal eerder geweest. In 2010 met Filip Top en in 2015 met mij. De eerste keer werd Wim ziek op 5700m hoogte. Precies op datzelfde punt liep het drie jaar geleden weer mis. Wim en ik zaten toen in een tentje en probeerden een storm te trotseren. Gekkenwerk en dus daalden we af. Na enkele dagen probeerden we het opnieuw, klommen omhoog waar de tent gelukkig nog stond, en kregen opnieuw een storm om de oren. Einde oefening. Dit is dus Wim’s derde keer, mijn tweede. En weer heeft Wim pech!

Plan B

Nog maar net aangekomen in het hotel in Mendoza, hoofdstad van de gelijknamige provincie in het hart van de Argentijnse wijnstreek, zegt Wim dat we voor Plan B moeten gaan. Hij heeft keelontsteking en

waarschijnlijk ook koorts. Een antibioticakuur en minimaal 3 dagen rust zou voldoende moeten zijn. Dat betekent dat ik alleen naar basecamp zal lopen. Een tocht van 3 dagen. Eerst 3 uur rijden naar een piepklein plaatsje Puenta del Inca, dan lopend door de Horcones vallei naar een tentenkamp met de mooie naam Confluencia en daarna nog een dag lopen naar basecamp Plaza de Mulas op 4300m hoogte. De bagage neem ik mee en geef ik bij de vallei af aan een ezeldrijver. Hij zorgt dat onze 60kg aan expeditie materiaal in basecamp komt. Vreemd gevoel. Ik heb nog nooit een solo expeditie gedaan. Het wordt er niet gezelliger op. De dagen zijn lang, de omgeving ademloos ruig en mooi.

In basecamp aangekomen sleep ik het expeditie materiaal naar een vlakke plek en zet de tent op. Een kleinere tent laat ik ingepakt. Die is voor de drie hoogtekampen boven basecamp; high camp 1 op 5000m, high camp 2 op 5600m en een derde high camp op 6000m. Het plan is om een rustdag te nemen, dan naar high camp 1 te lopen en weer terug te keren. Goed voor de acclimatisatie. Vervolgens weer naar high camp 1 om er de tent op te zetten en te blijven slapen. Met een beetje geluk is Wim dan alweer hersteld. Dan heeft hij zijn drie dagen rust gehad. De laatste dag van de drie dagen die ook hij solo zal moeten afleggen naar basecamp, zou samen moeten vallen met mijn dag op high camp 1. Het plan was om elke dag om 18:00 via de walkie talkie contact met elkaar te zoeken. Maar het plan verandert weer. Al in basecamp krijg ik bericht dat de arts Wim heeft gezegd nog eens drie dagen rust te nemen. Een zware teleurstelling voor Wim, maar zeker ook voor mij. Ik heb dan wel eens stoer geroepen dat ik desnoods de hele expeditie solo zal klimmen als het niet anders kan, nu lijkt het erop dat ik dat ook echt zal moeten doen. Dat is toch wel even een dingetje. De knop moet definitief om. En hoewel ik dat doe, voel ik toch de onzekerheid en de zenuwen toenemen.

Plan C

Ik schrijf mijn klimschema op en laat dat achter bij Aconcagua Mountain Guides, een organisatie die in basecamp vertegenwoordigd is als een van de operators. Zo weten ze in ieder geval waar ik ben. Ook laat ik het schema in de tent achter voor Wim. Mocht bij basecamp halen, dan weet ook hij waar ik ben. Mijn nieuwe plan (plan C) is om na kamp 1 door te klimmen naar high camp 2. Daar zal ik dan minimaal twee volle dagen blijven. Een om te rusten en een om te acclimatiseren door iets hoger te klimmen en weer af te dalen. Een derde rustdag is een optie die ik vooralsnog maar even open hou.

High camp 2 heet Nido de Condores. Het is een kale vlakte, volledig blootgesteld aan de wind, op een hoogte van zo’n 5600m. Dit is het terrein van de machtige Andes Condor. De Condor is een gier met een spanwijdte van wel drie meter. Ze behoort tot de grootste vogels ter wereld. Met haar markante witte kop en het grote krachtige lijf is ze een indrukwekkende verschijning. Onhoorbaar zweeft ze op de thermiek. Tot driemaal toe scheerde ze over het kamp en eenmaal zelfs op kleine hoogte recht boven mijn tent. Wat een machtig mooi en indrukwekkend schouwspel!

Plan C voorziet in een mogelijke ontmoeting met Wim in Nido de Condores. Wim had aangegeven te acclimatiseren door de 5100m hoge Bonete te beklimmen. Een mooie bergtop, vlakbij basecamp en tegenover de Aconcagua. Als dat lukt, dan wil hij daarna naar Nido de Condores klimmen, er een paar uur vertoeven en weer afdalen naar basecamp. Een prima acclimatisatie. En als hij zich goed voelt, dan kan hij zelfs overwegen om niet af te dalen, maar op Nido de Condores te blijven slapen. Ons probleem is dat we maar een tent hebben voor de hoogtekampen. We moeten dus goed afstemmen wanneer ik de tent mee omhoog neem en wanneer hij de tent op een bepaalde hoogte nodig heeft. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat Wim naar een hoogtekamp klimt en daar een tent verwacht en ik net besloten heb lekker verder te klimmen en de tent daarvoor mee te nemen. Goede afspraken en heldere communicatie is cruciaal, maar helaas met een walkie talkie in het Andes gebergte is het niet vanzelfsprekend. Ik bel Wim om te horen hoe het hem op Bonete is vergaan en fantaseer al over de gezelligheid als we samen de tent gaan delen. Maar het is niet goed! Wim’s saturatie, het percentage zuurstof in je bloed, is te laag om tot serieuze hoogte te kunnen klimmen. Einde oefening!

Plan D

Ik hoor het nieuws aan terwijl ik op een fantastische plek zit, bovenop een rots, op Nido de Condores. Het uitzicht is fenomenaal. Rechts zie ik Monsu, de gele berg die ik samen met Wim drie jaar geleden van hieruit heb beklommen. Voor mij ligt de flank van de berg die naar beneden leidt, naar high camp 1 en daarna basecamp. Daarachter zie ik Bonete. Links van mij de machtige Aconcagua en achter mij mijn tent op Nido de Condores. Kan het mooier? Ik luister en smeed ondertussen een nieuw plan, plan D.

Een van de andere soloklimmers, Gert, gaat vannacht een toppoging doen. Hoewel ik vandaag als acclimatisatie naar high camp 3 heb geklommen en dat heel goed ging, denk ik niet dat ik de kracht heb om vanuit dit kamp de top te bereiken. Ik besluit eerst naar high camp 3 te klimmen en daar de tent op te zetten. Dat kan ik nu doen, want ik hoef geen rekening meer te houden met Wim. Om krachten te sparen vraag ik Wim een drager, een zogenaamde high altitude porter, te vragen morgenochtend naar Nido de Condores te komen en mij te helpen mijn spullen naar high camp 3 te dragen. Wim regelt het. Super! Met hulp dus naar high camp 3.

Aconcagua,… solo?

De drager gaat meteen weer terug naar beneden, dus niet mee naar de top. Is het dan geen solo beklimming meer? Wie het weet mag het zeggen. Soloklimmers op andere bergen, zoals bijvoorbeeld op ’s werelds hoogste berg Everest, maken ook gebruik van services. Denk aan gebruik van vaste touwen en basecamp services voor maaltijden en drinken. Dat scheelt veel werk. Je hoeft immers geen sneeuw en ijs te hakken. Vermoeiend werk. Elke dag vul ik mijn sneeuwzak met 20 liter sneeuw en ijs. Een pannetje van 1,8 liter smelten en aan de kook brengen duurt bijna een uur. Ik heb minimaal 4 à5 liter per dag nodig.

Aangekomen op high camp 3, op 6000m hoogte, maak ik een lijstje van wat ik minimaal moet doen en moet meenemen vannacht voor mijn toppoging. Aangezien ik nu geen klimmaatje heb, kan die mij niet controleren. Ik moet het dus zelf doen. Geen probleem, maar ik ben het niet gewend. Het maakt mij een beetje zenuwachtig. Een lijstje is dan zo slecht nog niet. Contact met Wim is er niet. Er zit een bergrug tussen mijn tent en basecamp. De walkie talkie heeft geen bereik.

Naar de top

De wekker gaat 03:15, maar ik ben al eerder wakker en om 3 uur of zo heb ik het helemaal gehad. Ik sta op. Ik wil eigenlijk met andere klimmers omhoog, maar krijg de kriebels van het wachten. Dan vertrek ik liever alleen. Ik trek mijn lange thermo-ondergoed aan, gewatteerde klimbroek en winddichte overbroek. Verder een extra thermoshirt, dikke klimtrui, dons jas en winddichte hardshell overjas. Mijn megawanten, dubbel uitgevoerd met nog eens een extra paar dunne handschoenen. Bivakmuts, wollenmuts en dubbele capuchon. Het beetje wind dat er staat is niet veel, maar de gevoelstemperatuur is door de windchill al gauw min 30ºC.

Ik heb mijn tocht naar de top in drie delen opgedeeld. Eerst moet ik de traverse bereiken. Dat betekent een hele steile klim van enkele uren naar een bergkam op 6400m. Op die bergkam kijk je de diepte in richting basecamp. Daar kan ik Wim weer bereiken. De tocht is zwaar. Ik stop wel 10 keer, maar waarschijnlijk is het eerder 20 of 30 keer. Ik sta op de kam. Wat een geweldig uitzicht. Ik bel Wim die onmiddellijk reageert. Super om zijn vertrouwde stem te horen. Nu weet hij precies waar ik ben. Dat is toch een iets veiliger gevoel. Ik zeg hem dat ik besluit verder te gaan, de traverse te nemen en aan het eind daarvan te beslissen of ik ook de Canaleta aandurf. Wim moedigt mij aan en zegt dat ik het kan.

De traverse is een richel van ongeveer een meter breed dat als een pad op de flank van de berg loopt. Het lijkt vlak, maar schijn bedriegt. Ik ben wel blij dat de traverse volledig is ondergesneeuwd. Met mijn stijgijzers heb ik zo beter grip. De flank is akelig stijl. Gert zei nog, zodra je valt dan moet je jezelf meteen afremmen. De valsnelheid is anders al na een seconde of wat te groot om te stoppen. Uitkijken dus. Gelukkig ben ik gewend om met stijgijzers op sneeuw en ijs te lopen. Aan het eind van de traverse gaat het heel erg stijl omhoog. Na weer de nodige pauzes, waarbij ik de longen uit mijn lijf hijg, bereik ik eindelijk de Canaleta.

Er is een overhangende rots waar ik schuil tegen de zon die op deze hoogte inmiddels genadeloos brandt. Ik zie enkele rugzakken liggen en besluit ook mijn rugzak af te doen en hierachter te laten. Drinken, snacks, mini EHBO set, GPS, walkie talkie, camera en enkele andere noodzakelijke dingen neem ik mee in mijn jas. Mijn dons jas doe ik uit en laat ik achter. Ook mijn dubbele wanten. Ik bel Wim en vertel hem mijn plan, maar ook mijn twijfel. ‘Doe het voor ons, je kan het echt wel’, zegt hij. ‘Maar let op,er komt bewolking aan, dus schiet op!’. Ik besluit verder te gaan. Steeds 15 stappen, dan uithijgen, diep ademhalen en weer 15 stappen. Het lijkt eindeloos door te gaan. Wat is de Canaleta stijl. Uiteraard is er ook minder zuurstof op deze hoogte en hoewel ik goed geacclimatiseerd ben, voelt je lichaam dat wel degelijk. De bewolking heeft de Canaleta ook bereikt. Al snel is alles grijs en begint het licht te sneeuwen. Niet fijn! Dan zie ik Local. ‘Hé Holland! Wij zijn ook solo, dus klim maar gewoon met ons mee. Stapje voor stapje. We komen er wel.’ Zondagmiddag 4 februari om 15:30 lokale tijd bereik ik de top!

Plan E

De terugweg viel niet mee. Vermoeidheid en een elektrisch geladen storm vormden serieuze uitdagingen. Plan E bracht uitkomst. Na twee dagen was ik terug in basecamp. Daar deelde ik voor het eerst op de berg weer eens de tent met mijn expeditie maatje wiens begeleiding via de walkie talkie fantastisch was. Gezellig 😊

Met dank aan Wim

Dankzij Wim is deze solo expeditie en het behalen van de top toch ook een teamprestatie. Met koorts in zijn lijf en volgepropt met medicijnen heeft hij toch maar mooi die 30km lange Horconos vallei door geploeterd om naar het 4300m hoge basecamp te lopen. Daar heeft hij dagenlang in zijn eentje in een tent gelegen en mij via de walkietalkie begeleidt. Zijn vertrouwde stem en ‘aanwezigheid’ bij mijn overwegingen was goud waard. Hoewel er mensen zijn in basecamp en het er zelfs druk kan zijn, is het beslist geen sinecure er zolang te verblijven zonder enig uitzicht op actieve deelname aan welke expeditie dan ook. Veel klimmers en de medische staf van basecamp hebben hun bewondering daarover uitgesproken. In het hotel zei ik hem nog dat ik het volkomen zou begrijpen als hij naar huis zou gaan als hij niet goed zou herstellen. Toen ik Wim vroeg waarom hij die barre toch is aangegaan, zei hij

simpelweg, ‘voor het team, voor ons, voor jou’. Daar kan menig projectteam medewerker en manager nog een puntje aan zuigen. Ik ook. Bedankt Wim.

Lessons learned

* Maak een goed plan.

* Zorg altijd voor een plan B.

* En voor de zekerheid een plan C, D, E en een aantal variaties.

* Maak heldere afspraken, maar wees flexibel.

* Zorg voor goede communicatiemiddelen en weet ze te gebruiken.

* Communiceer kort en helder.

* Check en overweeg de risico’s bij alles wat je doet.

* Als alles anders loopt, go with the flow, maar verlies je doel niet uit het oog.

* Wat anderen vanaf welke afstand ook zeggen, beoordeel zelf jouw situatie en beslis zelf.

* Neem je deel aan een team, werk dan in dienst van je team (Wim).

Mee op expeditie?

Voor mijn vertrek heb ik een post op LinkedIn geplaatst om te laten weten dat ik vier weken offline zou zijn. Ik heb bijna 10.000 views gekregen en heel veel reacties. Mocht je naar aanleiding van mijn blog denken ook wel eens op avontuur te willen, denk dan eens aan mijn programma Kilimanjaro Experience.

Jij kan mee op expeditie. Minder extreem dan mijn beklimming van de Aconcagua, maar wel een echte expeditie naar het dak van Afrika. Uit en thuis in 11 dagen.

Je kan deelnemen door in te schrijven voor teams in maart en november, maar je kan ook deelnemen met een heel eigen team. Is er een goed doel aan verbonden? Moet dat? Niet per sé en uiteraard alleen als jij dat wilt. Misschien wil je met vrienden klimmen? Of met collega’s? Sommige werkgevers steunen dit soort teamversterkende activiteiten. En ja, dan is een goed doel nastreven altijd een goed idee. Een mooi doel is om een kind uit de sloppenwijk een schoolbeurs te gunnen. Dat is veel minder kostbaar dan je misschien verwacht, maar een ongekende rijkdom voor de lokale bevolking. Zo kan je echt iemands leven veranderen, iemand een kans geven op educatie, want educatie is een route uít de uitzichtloze sloppenwijk. Wil je mee op avontuur? Neem dan contact met mij op via www.arnauddewilde.nl. Ik kom graag langs voor uitleg en een mooie multimedia-presentatie.