Denali update – een ijskoude val

4 jun 2024 | Blogs

Topcoaching

Hallo allemaal. Bedankt voor het meeleven met deze expeditie in mei 2024. Deze blog is meer een beknopte samenvatting van de toppoging en de dagen daarna. Velen hebben mij gevolgd via de knop “Volg Arnaud live” op mijn site. Het toonde mijn positie en dat van mijn teammaten op de berg, maar de informatie stokte van het ene op het andere moment. Dat heeft veel onrust en bezorgdheid veroorzaakt. Wat is er gebeurd…?

Denali is zonder twijfel de zwaarste en technisch meest uitdagende berg waarop ik heb geklommen. De omgeving is adembenemend mooi. In vergelijking met de Alpen is alles 10 keer uitvergroot, de gletsjers, de enorme gletsjerspleten, de ijskammen op richels (cornice) met soms diepe afgronden. Het is steeds weer van een enorme afmeting. IJzig indrukwekkend.

De omstandigheden zijn uitdagend. Met dagen van min 30 °C en soms 50 tot 100km per uur wind zijn kou en wind de baas. ’s Avonds je tent in, potje koken, ’s ochtends is alles bevroren. De binnenkant van de tent, losse spullen en ook je slaapzak. Jas aan, rits bevroren, etc. Lastig.

Technisch is de beklimming ook uitdagend, met veel touwwerk, richels, abseilen, ijsbijl handelingen, etc. Het helpt niet dat ook het touw bevriest. Het wordt stijf en moeilijk handelbaar. De beklimming is prachtig om te doen, maar er zijn veel gevaarlijke passages met illustere namen, zoals Windy corner en de Autobahn.

 

Naar de top van Denali

In Basin camp, na Basecamp het 4e kamp en ook wel 14K camp genoemd, maak je alles klaar voor het inrichten van High camp op ca. 5300m vanwaar je een toppoging kan ondernemen. We zetten onze tent op naast een ander klein tentje. Die bleek van een Japanner te zijn, Hagiwara. We hadden geen contact met hem en begrepen dat hij een solo-klimmer was. Tijdens onze rustdag vertrok Hagiwara laat in de middag richting High camp. We keken hem na, gebiologeerd door de traagheid waarmee hij gestaag door klom op de Headwall.

De Headwall is een zeer steile berghelling. Onderaan loop je door de sneeuw omhoog, ca. 300m. Dan kom je bij de ‘bergschrund’. Dat is het deel waar de gletsjer knikt en als het ware los komt van de berg. Een grote scheur over de breedte van de helling markeert dat duidelijk. Vanaf hier is het nog eens 300m omhoog over een helling van zo’n 60 graden. Het is keihard blauw gletsjer ijs, blue ice zeggen de klimmers. Dan weet je genoeg. Gelukkig is er een vast touw waar je met een stijgklem kunt inklikken. Het maakt het makkelijker, veiliger vooral, maar niet eenvoudig. Je rugzak weegt een kilo of 25 en die wil alleen maar één kant op, naar beneden. Zwaartekracht werk niet mee als je omhoog moet.

Toen wij richting High camp klommen, zagen we een kleine rode tent staan, even voorbij de Headwall. Er was geen teken van leven. We zijn er drie keer gepasseerd. De eerste keer om een voorraad eten (een cache) zo dicht mogelijk bij High camp te begraven en de 2e keer op de terugweg naar Basin camp. Zo’n cache dient twee doelen. Het bevordert de acclimatisatie (klim hoog, slaap laag) en je hoeft de 2e keer minder te dragen. De 3e keer dat we de rode tent passeerden was toen we opnieuw omhoog klommen naar High camp voor onze toppoging. We hebben bij de Park Rangers gemeld dat we die tent hebben gezien, maar geen teken van leven. Anderen hadden dat ook al gedaan.

In High camp hebben we een extra dag rust genomen. Een ervaren Franse klimmer, Bruno, kwam onze tent binnen om hulp te vragen voor zijn zieke vriend. Hun brander was kapot en ze hadden dringend warm water nodig. Wij waren net water aan het koken om mee te nemen voor onze toppoging. Het waaide en we spraken onze bezorgdheid daarover uit naar elkaar. Bruno raadde ons stellig af nu te toppen en adviseerde ons 1 nacht te wachten. Hij zei letterlijk ‘if you leave now, you will not make it…’ We namen het advies ter harte, gaven hem een fles warm water en wensten hem en zijn vriend succes. Ze hadden de dag ervoor getopt, maar moesten snel naar beneden voordat de toestand van zijn vriend verergerde.

Vanuit High camp is het eerste obstakel de Autobahn. Daarboven kom je op Denali pas, de sleutel richting de top. Eenmaal voorbij Denali pas gaat het steeds steiler omhoog richting Zebra rocks. Het is dan niet moeilijk meer, lees technisch, maar het is wel steil en dus oppassen geblazen. Niet moeilijk, maar toch ging het mis…

 

De val

We gaan het halen, dacht ik. Eerst Zebra rock, dan Archdeacon’s tower en vervolgens via het Football field richting Pig Hill, de top graad en vervolgens de top. Maar het noodlot sloeg toe. Denali had andere plannen. Op een steil stuk boven de pas, bij Zebra Rock, stapte ik met de punt van mijn stijgijzer op het touw. Althans, dat is wat ik denk dat er gebeurde. Ik struikelde. Eddy en Ton (gefingeerde namen t.b.v. privacy) konden mij niet houden. In een fractie van een seconde vielen we alle drie en stuiterden met een noodgang 60m naar beneden. Tijdens de val realiseer ik mij dat we vallen. Echt heel eng. Alles tolt. Je klapt op de sneeuw, komt los en stuitert weer verder. Je probeert uit alle macht je val op de een of andere wijze te stoppen. Ik weet dat ik mijn voeten niet in de sneeuw moet duwen. Ik heb grote schoenen met stijgijzers aan en die stalen punten zetten je voeten meteen vast waardoor je zou worden gelanceerd. En dan ineens is het stil. Geen beweging meer.

Ton schreeuwt als eerste onze namen en roept dat zijn enkel is gebroken. Ik doe mijn best te antwoorden, maar het lukt me niet. Ik ben aan het hijgen, kijk naar hem en hef mijn hand op als teken dat ik even een seconde nodig heb. Dan roepen we samen naar Eddy. Die ligt iets lager, bewegingsloos. Ineens beweegt hij en roept dat hij in orde is. Mijn linker onderbeen heeft een flinke klap gehad en steekt aan alle kanten, maar ik kan er op staan en er lijkt niets gebroken.

We beginnen te handelen. We maken een standplaats met de ijsbijlen en zekeren ons eraan. Via de satelliet telefoon hebben we hulp gevraagd. Een helikopter vliegt over om de situatie te bekijken. Via een walky talky praat Eddy met de piloot. Die zei dat hij over 1 á 1,5 uur terug zou komen, maar dat de helling te steil was om te landen. We hebben Ton met een touw zo’n 60m verder laten zakken naar een vlakker stuk, waar de helikopter met een long line bij kon komen. Eddy hield de coördinatie goed in de gaten. Ton is in de mand aan de lijn gestapt en dan ineens is het stil. Ik zie Ton onderaan die lange lijn onder de helikopter wegzweven. Even denk ik, zo dat is allemaal geregeld. Meteen realiseer ik mij dat Eddy en ik terug moeten. Er zijn zo’n twee uur verstreken vermoed ik en ik denk niet meer aan de top.

Denali

Terug naar beneden

Eddy en ik binden ons weer in en gaan terug richting Denali pass. We herkennen het punt niet meteen waar we eerder de pass opkwamen. We blijken iets te laag te zitten, dus klimmen we een stukje terug omhoog. Daar is de instap naar de Autobahn. Die moeten we weer over naar High camp. Ver beneden ons, onderaan de Autobahn, zijn mensen. Rare plek denk ik nog. Waarom zou je daar naartoe klimmen? (*) Maar mijn focus verdringt alles. Met volle aandacht bewegen we ons heel langzaam over de Autobahn richting High camp. Aan het eind wordt het te steil en gebruiken we running belays om ons extra te zekeren. We zijn blij als het erop zit en weten dat het laatste stuk nu via een glooiende helling beloopbaar is. Na een tijdje staan we allebei stil. We denken hetzelfde. Waar zijn we? Waarom zien we de tent niet? Een onbehaaglijk gevoel. Dan zie ik heel in de verte de noodkast van de Rangers, High camp! Er zit een heuvel tussen ons en High camp waardoor we op het verkeerde been zijn gezet. Nu is het duidelijk. Recht naar beneden.

Eenmaal bij de tent zegt Eddy dat hij iets wil eten en drinken en dan meteen wil inpakken. Des te eerder we afdalen, des te eerder we veilig(er) en bij Ton zijn. Helemaal mee eens! Eenmaal ingepakt hebben we zo’n zware rugzak dat we elkaar aankijken met dezelfde gedachte… Is dit verstandig? Het is al 9 uur ’s avonds, we moeten minstens 6 uur naar beneden klimmen en we zijn moe van de lange dag. Nee! Dus hebben we de tent weer opgezet en rustten we die nacht uit. De brander heeft weer kuren. Koken gaat enorm traag. Niet veel water dus, maar daar maken we ons nu niet druk om.

 

Storm op Denali

De volgende dag breken we op. Het waait enorm, maar we willen naar beneden. We besluiten van alles te cachen om zo licht mogelijk bepakt te zijn op de lastige graat en de Headwall. Het is al laat wanneer we vertrekken, maar we gaan ervoor. Nog geen half uur later schreeuwen we in de harde wind tegen elkaar dat het gekkenwerk is. De wind is zo hard dat we er tegenaan kunnen leunen en als die plotseling draait dan kan je je alleen met grote moeite staande houden. Zo kunnen we die graat niet afdalen. Voor de tweede keer klimmen we terug naar High camp en zetten we de tent weer op. Eddy kijkt nog eens goed naar alle scheerlijnen en trekt de boel strak. De wind is keihard en rukt aan de tent. In de tent pakken we niet meteen de matjes en slaapzakken, maar gaan we eerst rustig zitten om even bij te komen en een plan te maken.

Dan ineens breekt de hel los. De tentstokken breken en de hele boel stort in, met ons in de tent. Eddy kruipt snel naar buiten. Ik doe er iets langer over en ga meteen op de tent liggen. Eddy checkt de andere spullen die buiten liggen: stijgijzers, klimgordels, touw, stokken en ijsbijlen. Hij heeft 20m verderop een grote kuil gezien met een klein muurtje. Een plek waar eens een tent heeft gestaan. Hij schreeuwt dat we alles daarheen moeten slepen om in de luwte te schuilen. Goed plan! Eenmaal in die relatieve beschutting begint Eddy het muurtje te verstevigen. Ik check de tent, op zoek naar communicatieapparatuur die daar nog ergens in ligt. Na een tijdje besluiten we het tentdoek (zonder stokken) zo goed mogelijk vast te zetten. Het plan is om er in te kruipen en er in onze slaapzakken de nacht door te brengen. Het valt niet mee om dat te doen. Het doek klappert als een gek. Na een tijdje liggen we dan toch. Niet eens heel erg oncomfortabel constateren we beiden. Dit gaat ons redden!

Ik zet kanaal 1 aan op de walky talky, het noodkanaal, en begin contact te zoeken met Basecamp en Rangers. Wie dan ook, in de hoop dat iemand luistert. Denali National Park Service Rangers, die 1000m lager in Basin camp zitten, reageren op de oproep. Ik geef onze situatie door en benadruk vooral dat wij dus geen tent hebben wanneer we Basin camp zullen bereiken. Het antwoord is helder. Zorg dat je ’s ochtends, wanneer de wind minder wordt, zo snel mogelijk afdaalt en ga meteen door naar de Ranger tent. Daar zien we wel verder. De batterij van de Walky talky is vanweg de kou inmiddels zo goed als leeg.

We hebben een thermos met 1 liter warm water en een kleine thermos met een halve liter warm water. That’s it! Sneeuw smelten en water koken zit er niet in. We hebben nog half bevroren krentenbollen en besluiten die te eten met een kopje warm water. Daarna proberen we te slapen. Om 4 uur ’s nachts word ik wakker en roep Eddy die meteen reageert. De wind lijkt minder te zijn. Gaan we nu? Ja! We pakken alles in, cachen de kapotte tent en al het eten plus brandstof en verder alles waarvan we denken het niet nodig te hebben.

 

Laatste poging tot afdalen

Weer gaan we richting de rotsgraat. Daar merken we weinig van een liggende wind. De wind is juist sterk en het is ijskoud. Toch zijn er geen woorden nodig. We zetten door. Nog zo’n nacht in High camp is niet mogelijk. We kennen die rotsgraat inmiddels. Toch hebben we een paar keer het gevoel dat we te hoog op de graat zitten, maar steeds weer krijgen we de bevestiging dat we wel goed zitten. Ik ben blij als ik Washburns Thumb zie. Een markante rots met enkele, korte vaste touwen. Eddy lijkt hier moeiteloos af te dalen. Ik ga langzamer en vertrouw naast het touw vooral op mijn ijsbijl om mezelf te zekeren. Wederom is het technisch met veel touwwerk. Na Washburns Thumb maken we ook gebruik van running belays om onszelf extra te zekeren. Hier wil je niet wegglijden. De diepe afgronden tot wel 1000m en meer betekenen tegelijkertijd waanzinnig mooie uitzichten. Een contrast dat je je bijna niet kunt voorstellen.

De laatste hindernis is de ijzige Headwall, blue ice. We gebruiken een prusik om ons te zekeren aan de fixed lines. Zo dalen we af. Er zijn zo’n 8 ijsankers en bij elk anker moeten we onszelf zekeren en de prusik omzetten. Toch gaat het redelijk vlot. Beneden aan de Headwall is de Bergschrund. We komen er beide eenvoudig overheen en zekeren ons aan het laatste anker om even bij te komen, de ijsbijl weg te stoppen en de loopstokken te pakken.

Regelmatig valt er 30 tot wel 50cm sneeuw en ook deze keer is dat niet anders. Als we vallen, dan zal die sneeuw ons remmen. Veel sneeuw betekent ook geen enkel spoor en dus zullen we zelf moeten sporen. Dat gaat goed, maar maakt het lopen zwaar. Eddy ziet een laatste obstakel, een grote gletsjerspleet. Hij weet de juiste route in te schatten door een stuk parallel aan de spleet te lopen en er vervolgens overheen te stappen. Goed gedaan!

Na nog een uurtje stampen zijn we bijna bij Basin camp. Het valt ons op hoe groot dat is geworden. Toen wij naar High camp vertrokken, inmiddels 4 dagen geleden, stonden er misschien 15 tenten. Nu wel 100. Iemand komt ons tegemoet. Hij praat even met Eddy, die z’n touw afdoet en in de sneeuw legt, en loopt dan naar mij. ‘Geef je rugzak maar, ik kom je helpen’. Ik sta perplex, maar het gebeurt. Geweldig. Hij raapt ook nog het touw op. We komen bij de tenten en daar komen allerlei mensen ons helpen. Onze noodoproep is door velen gehoord. Bezorgdheid alom. Kameraadschap!

We werden fantastisch opgevangen. Ook door de Rangers. Er is medische hulp en er zijn veel warme dranken e.d., ook van andere klimmers. We krijgen een tent van Rangers te leen. Super! Hoewel we liever een helikopterritje hadden gekregen, zat dat er niet in. We hebben weliswaar bevriezingsverschijnselen aan onze vingers, toch wordt dat niet voldoende bevonden voor een medische evacuatie. Een tegenvaller. Dat betekent dat we verder naar beneden moeten klimmen en ook dat het langer duurt voor we weer bij Ton zijn. We bellen Ton met de satelliettelefoon, die op deze hoogte weer voldoende power heeft. Boven was de batterij vanwege de kou vrijwel leeg.

Ton heeft niet stilgezeten. Zodra hij uit het ziekenhuis was, waar ze zijn fracturen zo goed mogelijk (tijdelijk) hebben gezet, is hij aan een stuk door gaan bellen met het Rangers Service Station in Talkeetna en K2 Aviation. Hij heeft er werkelijk alles aan gedaan om ons zo snel mogelijk van de berg te krijgen. Zo heeft hij er voor gezorgd dat Eddy en ik prioriteit 1 kregen voor een pick-up met een Bush Pilot vliegtuigje van K2 vanuit Base camp. Er is één voorwaarde: we moeten er om 8 uur ’s avonds zijn.

Een hele opgave. Het ligt een kilometer of 20 verderop en de route is niet eenvoudig. We moeten Windy corner weer voorbij, dan het gletsjerspleten-veld oversteken, een ijzige bergkam passeren en ten slotte de helling naar Motorcycle Hill afdalen om in het volgende kamp te komen. Daar liggen onze sneeuwschoenen begraven. Andere zaken die daar liggen, zoals het zonnepaneel, e-readers, eten, etc. zullen we achterlaten. Van daar wordt het eenvoudiger en gaat het via Kahiltna pass en Ski Hill camp naar de bottom of Heartbreak Hill. Dan nog 175m klimmen en dan zijn we in Base camp. Naast Basecamp ligt een grote gletsjer waar het vliegtuig zal landen.

 

De race naar het vliegtuig

We besluiten om er vol voor te gaan. Om 5 uur staan we op om alles in te pakken. De brander laat het weer afweten (**) en net als gisteren hebben we slechts 1,5 liter warm water in de thermos. Jammer dan, we gaan! Allan, een van de Rangers, komt nog even langs. Hij bood aan een grote tas achter te laten plus een clean mountain can (voor menselijk afval) en die met de eerste bevoorradingshelikopter mee te sturen. Geweldig! Het worden 2 tassen en Allan zegt er sportief niets van. Dat scheelt weer veel gewicht.

Het blijkt een zonnige dag te worden. Precies wat we nodig hebben. Een energie gel die vanwege de toppoging nog in mijn rugzak zat, blijk vleugels te geven, hoewel ons energieniveau niet anders kan zijn dan laag, zo niet leeg. Beneden aan Heartbreak Hill, het laatste obstakel voor Basecamp, is het inmiddels 19:30 uur. We gaan het niet halen. Klote! Eddy belt Ton. Ton vraagt over 20 minuten of zo weer te bellen en goed in te schatten hoe snel we verplaatsen. Dus bellen we hem even later weer. Hij legt uit dat er na 8 uur ’s avonds niet meer mag worden in(!)gevlogen om iemand op te halen, maar de piloot mag 1 minuut voor 8 nog starten om in te vliegen. De vlucht duurt een half uur. We hebben dan tot 20:30 uur. ‘Ton zegt te gaan bluffen en zal zeggen dat we er al bijna zijn, zodat de piloot toch zal vertrekken’, roept Eddy. ‘Dan gaan wij knallen’, roep ik terug. En weer zetten we de pas erin en trekken de sledes achter ons aan. Nog snel een hap sneeuw smelten in de mond. Dat hebben we elk kwartier gedaan de afgelopen uren, want we zijn inmiddels compleet uitgedroogd. In gedachten zeg ik steeds tegen mezelf dat ik het vliegtuig niet wil horen tot we bij een bepaald punt zijn waar ik de gletsjer kan zien waarop het zal landen. Eerder betekent dat we te laat zijn.

Dan hoor ik het. Eddy roept, ‘die is voor ons Arnaud’. We stampen door. Ik zie rechts van mij het vliegtuigje op dezelfde hoogte en steek triomfantelijk mijn vuist in de lucht. We zijn eigenlijk 20 minuten te laat en dat weet de piloot Dave ook zodra hij langs ons vloog en zag dat wij nog met de sledes naar de gletsjer runway klommen. Het blijkt dezelfde piloot te zijn die boven ons vloog toen wij die val maakten bij Zebra rocks. Hij heeft nog foto’s gemaakt. Wat een toeval! Eenmaal bij Basecamp staan Dave en Gaby, de Basecamp manager, en enkele anderen ons op te wachten. Ik kan alleen maar uitbrengen dat we dorst hebben en vraag iets van water. Gaby komt met water en limonade. Wat een weelde. Voor we het weten, hebben ze onze spullen ingeladen en zitten we in de gordels. Tijdens de vlucht terug kom ik langzaam bij. Eddy is al bij en filmt zo’n beetje de hele vlucht tussen de machtige bergwanden. In no time staan we in Talkeetna op de runway.

 

Herenigd met Ton

Ton wacht ons op, compleet met tassen vol eten. Zo mooi. Wat een emoties. De mensen van K2 Aviation hebben onze spullen in de hangaar gelegd en brengen ons naar hotel Latitude 62. Daar is een kamer waar we kunnen crashen en er staat een tafel klaar waar al het eten wordt uitgestald. Mexicaanse schotel. Eddy zorgt voor de nodige biertjes. Geweldig. Zo blij. Weer samen, met z’n drieën.

We zijn er niet ongeschonden uitgekomen. Ton heeft fracturen van de val en Eddy en ik hebben die nacht in de storm en tijdens het terug klimmen bevriezingen opgelopen aan onze vingers. Er is veel om over na te denken, om over te praten. Wat is er nou precies gebeurd? Hoe kon dat gebeuren? Konden we het voorkomen of hadden we in ieder geval iets anders moeten doen? Wat zouden we voortaan sowieso anders doen en waarom en hoe anders zouden we dat dan doen? Veel om over na te denken. Veel om te bespreken. Dat zal ook vast gebeuren, maar nu even niet.

 

(*) De Japanner Hagiwara is omgekomen, zie dit artikel. Hij blijkt te zijn gevallen op ca. 5500m op een stuk dat de Autobahn wordt genoemd. Je moet deze schuin omhoog oversteken om Denali pass te bereiken om vandaar verder te kunnen klimmen richting de top. De Autobahn is steil, ijzig en technisch. Glij je daar uit, dan zijl je meteen met een rotgang zo’n 300m naar beneden. Op de dag dat wij naar de top gingen en de Autobahn passeerden, maandag 20 mei, werd het lichaam vanaf Hagiwara geborgen. Dat is dus wat wij zagen toen wij de Autobahn passeerden en helemaal beneden mensen zagen.

(**) Volgens de Rangers hebben veel klimmers problemen gehad met hun branders. De brandstof wordt voorzien vanuit Basecamp. Je kan niet zomaar je eigen brandstof meenemen in de vliegtuigjes van de bush pilots. De Rangers vermoeden dat er iets met de brandstof is dat die moeilijkheden heeft veroorzaakt. Hopelijk horen we daar nog iets van.

Persoonlijke groei

P.S.

Inmiddels ben ik nu ruim een week thuis in Nederland. In het ziekenhuis ben ik uitgebreid onderzocht. Ik heb frostbite aan al mijn vingers, maar bij 3 vingers serieus. Graad 3. Ik hou rekening met weefsel verlies aan 2 vingertoppen en hoop dat die derde volledig herstelt. Het zal maanden duren voordat het duidelijk is. Het is een langzaam proces. Die tijd is ook nodig om geestelijk en mentaal te helen, te analyseren en te reflecteren. Uiteindelijk is het wat het is en zal ik er mee dealen. C’est la vie. Desalniettemin kijk ik terug op deze expeditie met een glimlach en gepaste trots. Het was een fantastische ervaring met geweldige teammaatjes. Wat de toekomst brengt, zien we wel.

Sportieve groet,
Arnaud

Arnaud de Wilde schrijft regelmatig blogs over zijn ABC concept, Adventure Business Coaching. Coaching is de rode draad en een belangrijk element in Arnauds avontuurlijke en zakelijke leven. Zijn blogs worden geplaatst op www.arnauddewilde.nl en social media, waaronder LinkedInInstagram en Facebook.

Arnaud combineert zijn zakelijke kennis met die van zijn wereldwijde klimexpedities. Zijn ervaringen zijn input voor zijn business, team en personal coaching sessies, maar ook voor interim en projectmanagement werkzaamheden. Arnaud is ook te boeken als gastspreker. Zijn presentaties bevatten vaak prachtige foto’s en filmfragmenten. Check zijn site voor informatie en boekingen.

“Ik heb geleerd dat je als manager, directeur of expeditieleider op moeilijke
momenten van alles kunt zijn, maar nooit besluiteloos. – Arnaud de Wilde”

Chat openen
1
Hallo, waarmee kan ik je helpen?